Groepen
Groepen 1/2

Groepen 1/2

Op de Agnesschool laten wij de kinderen spelenderwijs zo veel mogelijk leren, waarbij we initiatieven en creativiteit van de kinderen stimuleren. De kinderen van groep 1 en de kinderen van groep 2 zitten samen in één klas. De kinderen leren zo niet alleen van de leerkracht, maar ook van elkaar.

Spelend leren
De kleuters op de Agnesschool leren door middel van spelen. De speelleeromgeving bestaat uit verschillende hoeken in de klas. De leerkrachten zorgen met elkaar en met de kinderen voor een betekenisvolle, uitdagende speelleeromgeving, verbonden aan thema’s die aansluiten bij de interesses van de kinderen. Binnen deze speelleeromgeving worden, (waar mogelijk) met inbreng van de kinderen, verschillende themahoeken gerealiseerd waarin de kinderen kunnen ontdekken, experimenteren en zelfstandig leren. Binnen de uitdagende speelleeromgeving stimuleren de leerkrachten de kinderen om zelf het initiatief te nemen, zelf te ontdekken en zelf te experimenteren.

Thematisch werken met behulp van methodes
Het thematisch werken is gebaseerd op het werken vanuit de interesses van het kind. Dat wil zeggen dat we thema’s opstellen en de kinderen zelf laten nadenken wat ze uit het thema willen halen en wat ze willen leren. Zo wekken we de interesse op van het kind en realiseren we betrokkenheid en welbevinden. Naast de input van de kinderen zelf stelt de leerkracht leerdoelen op die behaald moeten worden. Naar aanleiding van de doelen, de leervragen van de kinderen en het gekozen thema wordt er een themaplan plan ingevuld. Dit is een overzicht die de leerkracht helpt de speelleeromgeving zó in te richten dat alle gestelde doelen aan bod komen. Bij het inrichten van het thema gebruiken we diverse methodes als bronnenboek. Zo maken we gebruik van de methode Piramide om onze speelleeromgeving goed in te richten. Piramide is een onderwijsprogramma voor taal en lezen, woordenschat, rekenen, motoriek, wereldoriëntatie, de sociaal-emotionele ontwikkeling en muziek. Voor het voorbereidend lezen voor groep 3 gebruiken we activiteiten uit de methode ‘Fonemisch bewustzijn’. Verder zoeken wij rekenactiviteiten passend bij het thema en de doelen uit de methodes ‘Alles telt’, ‘Wereld in getallen’ en ‘Met sprongen vooruit’. We automatiseren de rekendoelen iedere dag door middel van een 5-minutenspelletje met de hele groep.

Een dag bij de kleuters
De dag begint met een lees- of spelinloop om de overgang tussen thuis en school rustig te laten verlopen. Gedurende de dag zijn er gezamenlijke kringmomenten, activiteiten op het plein en/of in het speellokaal en speel- en werkmomenten binnen de groep.

Bij het spelen en werken gaan de kinderen plannen aan de hand van een planbord. Dit doen ze zelfstandig, in tweetallen of in een klein groepje. Voordat ze starten met hun werkje bedenken ze een plan hoe ze het gaan aanpakken. Hierbij is het belangrijk dat de kinderen met elkaar gaan communiceren, wat weer bijdraagt aan de taalontwikkeling. Tijdens het spelen en werken wordt er gebruik gemaakt van het stoplicht in de klas. Wanneer deze op oranje gezet is, werken de kinderen zelfstandig. De leerkracht gebruikt deze tijd om extra te oefenen met kinderen die dit nodig hebben of gaat de verdieping in met kinderen die er aan toe zijn. Wanneer het stoplicht weer op groen gezet wordt, loopt de leerkracht alle kinderen langs en helpt waar nodig, speelt mee en stuurt aan. De leerkracht biedt hierbij een ondersteunende rol, stelt kritische vragen en begeleid het leerproces op maat.

Daar waar het kan delen we de ontwikkeling van de kinderen mét de kinderen zelf en maken hen medeverantwoordelijk van hun eigen leerproces. Zo leren ze zelf regie te nemen in hun ontwikkeling en mogen ze hun eigen interesses ontplooien.

De leerkracht
De leerkrachten zorgen voor een veilige omgeving, door structuur, veiligheid en voorspelbaarheid te bieden. Om een goed pedagogisch klimaat te realiseren wordt er gewerkt met de ‘gouden weken’ aan het begin van het schooljaar om de groepsvorming positief te stimuleren. De leerkrachten stimuleren, gedurende het hele schooljaar, de kinderen in hun sociaal-emotionele ontwikkeling met behulp van activiteiten uit de methode ‘Leefstijl’. De leerkrachten observeren de kinderen regelmatig aan de hand van de gestelde leerdoelen. Door de observaties krijgen ze een nog beter beeld van de ontwikkeling en behoeften van de kinderen. Deze observaties worden vastgelegd in het leerlingvolgsysteem. Aan de hand van deze informatie heeft de leerkracht overzicht op welk niveau elk kind zit en past de leerkracht hierop het onderwijs aan.

Terug